Kleine dingen

1-10-2012

Gisteren moest ik naar de tandarts. En wie mij kent weet dat ik echt een hekel heb aan naar de tandarts gaan. Toen ik klein was noemde ik een kriebelbuik (van de zenuwen) zelfs ‘een tandartsgevoel’. Dat kwam deels door mijn moeder, die als ze met ons op woensdagmiddag naar de tandarts ging altijd zenuwachtig door de keuken liep te ijsberen. Broer R. en ik waren toen nog niet zo bang voor de tandarts, maar omdat mijn moeder maar bleef herhalen: “Hij gaat nog niets doen hoor, alleen kijken!” zijn we dat uiteindelijk wel geworden.

Goed, terug naar de tandarts. Wat mijn bezoekjes aan de tandarts nog enigszins verlichtte waren de receptioniste (altijd vrolijk) en de ogen van de tandarts (blauw, uiteraard). Ik liep gister de gang van de tandarts in, maar kon de gewone wachtkamer niet meer vinden. De wachtkamer lag ineens ergens anders en de receptioniste zat niet meer achter haar indrukwekkende bureau, maar achter een klein tafeltje. “Gaan jullie verbouwen?” vroeg ik. “Nee,” zei ze, “de receptie gaat verdwijnen. Alles wordt geautomatiseerd.” Naast mij zat een man. “O,” zei hij, “maar dan verdwijnt uw baan zeker ook?” Ze knikte.

Ik werd binnengeroepen bij de tandarts en ik vertrok weer (geen gaatjes!). Na mijn afspraak wilde ik nog even vragen of het bedrag automatisch werd afgeboekt of niet. De receptioniste was even aan de telefoon. “Maar heeft het dan nog zin om te solliciteren of zegt u nee?” hoorde ik haar zeggen. “Wacht even,” mimede ze naar mij. Na haar telefoongesprek vroeg ik naar de betaling van de rekening. “Ik weet niet of ik je nog zie de volgende keer,” begon ik. “21 november is mijn laatste werkdag,” zei ze. “Oh,” zei ik. “Maar wat lief dat je het vraagt!” En er verscheen een glimlach op haar gezicht. Ik wenste haar succes en ging weg. En ik was zo blij dat ik iemand een fijn moment had gegeven in een tijd die vast niet zo leuk is. Een beetje echte aandacht. En dat terwijl ik alleen maar wilde vragen hoe het zat met de betaling.

Fijn zijn ze, kleine dingen die veel kunnen betekenen voor iemand. Toen F. en ik terugkwamen van vakantie, afgelopen vrijdag, liepen we naar de brievenbus. Daar lag een kaartje in. “Nogmaals veel sterkte gewenst met het verlies van Soetkin. Namens alle medewerkers. Te jong, te vroeg, te leuk.” Ik barstte weer even in tranen uit omdat ik zo ontroerd was (en omdat het natuurlijk niet leuk was om in een leeg huis terug te komen, zonder blije poes…). Dat kaartje verlichtte echt mijn verdrietige moment.

Kleine dingen spontaan doen, daar ben ik nog niet zo goed in. Ik liep een keer over straat en toen riep een vrouw: “Mooie rode jas! Staat je mooi!” En sindsdien probeer ik ook af en toe zomaar een complimentje uit te delen of iemand een fijn gevoel te geven. Naast me bij het stoplicht, in de regen, zei een vrouw een keer tegen me: “Wat een mooie kleur haar! Heel speciaal!”

Ik denk dat we maar al te vaak voorbij gaan en de momenten waarop iemand anders wel wat aandacht kan gebruiken. Natuurlijk is het voor elke dag leuk om te horen dat je mooi bent of slim, maar hoe vaak laten we iemand anders wel niet onbedoeld in de kou staan? Hoe zou de receptioniste zich voelen in de laatste werkweken waarin ze al weet dat ze eruit gebonjourd is en vervangen wordt door een antwoordapparaat? Hoe is het voor het meisje dat straks de hele dag sinterklaascadeautjes staat in te pakken voor chagrijnige ouders? Waarom huilt het meisje in de trein eigenlijk? Gaat het goed met de jongen die net helemaal zeiknat geregend is? 

Ik ga maar eens proberen wat beter naar mijn omgeving te kijken. En niet meestal te denken: “Jezus wat kut,” of “Iemand anders helpt vast al” als iemand al zijn boodschappen laat vallen, maar ook eens echt iets te doen. Of iets te zeggen wanneer je iets (aardigs uiteraard ;) denkt. Doen jullie dat, (vreemde) mensen persoonlijke aandacht geven?

Search form